Scheiden bij een eigen bedrijf, waar moet je op letten?


De gevolgen van een scheiding zijn groter wanneer u en uw partner samen een onderneming hebben of één van beide ondernemer is. Als u gaat scheiden met een onderneming betekent dat zowel privé als zakelijk uit elkaar gaan.

Dat eigen bedrijf kan uiteenlopen van de zelfstandige via familiebedrijf tot grote onderneming. Het kan in de vorm zijn van een BV, v.o.f. of eenmanszaak. Bij een scheiding moet worden geregeld hoe het verder gaat met het bedrijf: wie zet het bedrijf voort en heeft de ander recht op uitkering van de helft van de waarde daarvan?

Bij de echtscheiding wordt meestal het bedrijf zelf niet verdeeld maar de waarde van het bedrijf kan wel tussen de partners geheel of gedeeltelijk verdeeld worden. Daarnaast moet tijdens de scheiding besloten worden wie het bedrijf voortzet.

Rechtsvorm van het bedrijf

Er is een groot verschil tussen een bedrijf dat in de vorm van een Besloten Vennootschap (B.V.) wordt gedreven, een eenmanszaak of een vennootschap onder firma (v.o.f.). Een eenmanszaak heeft geen aandelen maar is van degene die het bedrijf voert. De bezittingen van het bedrijf, maar ook de schulden, contracten, eventueel goodwill, zijn van degene die het bedrijf uitoefent. Zij kunnen ook mede van de huwelijkspartner zijn. Ook aandelen kunnen van degene zijn op wiens naam zij staan, maar kunnen ook in de huwelijksgemeenschap vallen of als er huwelijkse voorwaarden zijn, wel of niet gezamenlijk eigendom zijn.

Eigen bedrijf en huwelijkse voorwaarden

Zonder huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden valt de waarde van de onderneming in de te verdelen gemeenschap. Wellicht heeft u in uw huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden wel specifieke bepalingen opgenomen over de gerechtigdheid tot het eigen bedrijf. U heeft bijvoorbeeld een verrekenbeding, waarbij de waarde van het geheel of van een gedeelte van de onderneming moet worden verrekend.

Bij huwelijkse voorwaarden heeft de ex-partner van de ondernemer, afhankelijk van de inhoud daarvan, recht op de helft van de waardegroei van het bedrijf, tenzij anders afgesproken. Op basis van het verrekenbeding zouden partners elk jaar moeten bijhouden met welk bedrag het vermogen is gegroeid en dit jaarlijks onderling verrekenen. Dat gebeurt meestal niet en moet het achteraf worden uitgezocht. Als alles niet goed is bijgehouden, kan de ex-partner de helft opeisen.

Waardebepaling bij scheiding

Het kan dus zomaar zijn dat je als ondernemer de waarde van jouw onderneming moet delen met je ex-partner.

De waarde van een onderneming bestaat vaak voor een groot deel uit de winst die voor de komende jaren verwacht kan worden en uiteraard dienen de activa en de passiva hiervoor reëel gewaardeerd te worden.

Het kan een flink bedrag inhouden als het gaat om een goed lopend bedrijf met grote reserves. Echter gebeurt het nogal eens dat in het verleden te veel geld naar privé is gehaald, zodat het ook wel voorkomt dat de waarde een negatief bedrag is. De ex-partner moet dan delen in dit bedrag.

Als bij een B.V. de ex-partner moet worden uitgekocht, rekening houdende met de eventuele huwelijkse voorwaarden, moeten de aandelen worden gewaardeerd. Het is beter dat dit niet gebeurt door de aan de onderneming verbonden boekhouder of accountant. Een onafhankelijke accountant dient hier aangewezen te worden, die de waarde kan vaststellen.

De scheiding kan het risico met zich meebrengen dat het uitkopen van de ex-partner ten koste kan gaan van de continuïteit van het bedrijf. Als het bedrijf dan ook de belangrijkste inkomstenbron is, is het van belang te zoeken naar passende oplossingen. Denk hierbij aan het (tijdelijk) aanhouden van een belang in de onderneming door je ex-partner. Er kan ook een afbetalingsregeling worden getroffen of recht te geven op een aandeel in de toekomstige winst. Soms kan het worden opgelost door andere waardevolle zaken (koopwoning met een grote overwaarde) aan de ander toe te delen of het overnemen van schulden.

Eigen bedrijf en alimentatie

Waardeverrekening en alimentatie kunnen in sommige opzichten communicerende vaten zijn. Als de ondernemer grote jaarlijkse afbetalingen moet doen aan de ex-partner, zal de alimentatie doorgaans op een lager bedrag uitkomen, en omgekeerd. Het is nuttig om de verschillende plaatjes naast elkaar te leggen en met elkaar te vergelijken.

De alimentatiebijdrage voor een ondernemer is (bijna) altijd gebaseerd op een inschatting. Pas later blijkt of de schatting correct is en of de ondernemer in privé daadwerkelijk de middelen ter beschikking heeft gehad.

Vaststelling inkomen van een ondernemer

Het inkomen van een zelfstandig ondernemer (eenmanszaak) wordt ten behoeve van de draagkracht, berekend op basis van de gemiddelde winst van de onderneming van de afgelopen drie jaren. De winst van de onderneming is gelijk aan het eindvermogen verminderd met het beginvermogen en vervolgens vermeerderd met de privé-onttrekkingen.

Bij een BV wordt niet uitgegaan van de winst maar van het salaris en de dividenduitkeringen die de directeur-grootaandeelhouder (dga) ontvangt. Het is mogelijk dat de ondernemer een deel van de winst niet uitkeert en hij zelf de hoogte van zijn salaris bepaalt. De vraag is dan ook of dit salaris en/of dividenduitkeringen ten opzichte van de resultaten redelijk is en of dit salaris en/of dividenduitkeringen gelet op de resultaten van de onderneming verhoogd of verlaagd kan of moet worden. Deze moeten in verhouding staan met de financiële status van de onderneming.

Het in de jaarstukken vastgestelde inkomen van de ondernemer hoeft niet bepalend te zijn voor de vaststelling van de draagkracht. Ook al kloppen de cijfers op zichzelf en zijn de jaarstukken door de fiscus aanvaard, dan nog is de vraag of deze cijfers voor de berekening van de draagkracht beslissend moeten zijn. De jaarstukken worden vastgesteld uit fiscaal of commercieel oogpunt en niet ten behoeve van de alimentatieplicht van de ondernemer. Dit kan met zich meebrengen dat bij de draagkrachtberekening een correctie op de jaarcijfers nodig is om bij de werkelijkheid te kunnen aansluiten.Laat u hierover goed informeren door een scheidingsmediator en een onafhankelijk accountant.

Eigen bedrijf en pensioen

Bij een echtscheiding heeft de ex-partner van de ondernemer recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Daarnaast heeft de ex-partner recht op een bijzonder partnerpensioen (nabestaandenpensioen). Het maakt niet uit of pensioen is opgebouwd in eigen beheer (in de onderneming) of extern is verzekerd. De ex-partner kan eisen dat het pensioenaandeel bij een pensioen in eigen beheer wordt afgestort bij een door de ex-partner gekozen verzekeringsmaatschappij. Als daarmee de bedrijfscontinuiteit van de onderneming in gevaar komt en de financiering van het pensioenaandeel ook via ander wegen niet mogelijk is, dan kan de afstorting worden afgewezen dan wel worden opgeschort, eventueel onder het stellen van zekerheid. Jullie zijn allebei overigens vrij om te kiezen voor een alternatieve financiële oplossing.

Let op: er wordt nogal eens vergeten dat bij het verdelen van het in eigen beheer opgebouwde pensioen, de belastingdienst hierover ineens belasting gaat heffen.

Scheiden in de Praktijk

Heb je een eigen bedrijf en je wilt scheiden? Neem contact op met Hubertie van Kruining, een ervaren scheidingsmediator die samenwerkt met een onafhankelijke accountant/adviseur. Zij helpt jullie met het scheidingsproces en zorgt voor de continuering van je bedrijf. Bel 06 578 800 78 of ga naar de website: www.scheidenindepraktijk.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *